Noorderlingen willen één tijd, maar welke?

Voor altijd zomer- of wintertijd. Het Noorden is er blij mee. Maar welke tijd dat moet worden, daarover zijn mensen diep verdeeld.

Dat blijkt uit een representatieve enquête van Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant door Enigma Research waarop ruim zevenduizend Groningen, Friezen en Drenten reageerden. Zeven op de tien noorderlingen blijkt achter het plan van de Europese Unie te staan dat er één vaste tijd komt.

Lichte voorkeur voor wintertijd
Daarbij is er een lichte voorkeur voor de wintertijd: 49 procent van de ondervraagden ziet dat als de beste tijd. Daar staat dan weer tegenover dat bijna 4 op de 10 voorstander is van de zomertijd. Slechts 13 procent van de ondervraagden maakt het niet uit welke tijd het wordt. Friesland is de enige van de drie Noordelijke provincies waarin een meerderheid zich voor een bepaalde tijd uitspreekt: 53 procent is voor de wintertijd. Maar ook daar is nog altijd zeker een derde van de inwoners aanhanger van de zomertijd.

Dertigers grootste voorstanders van zomertijd
Wie kijkt naar leeftijd, ziet meer verschillen. Dertigers zijn met 45 procent de grootste voorstanders van de zomertijd. Zestigplussers zijn met 54 procent juist voornamelijk voorstanders van de wintertijd. Hetzelfde geldt voor geslacht: van de mannen is 42 procent voor de zomertijd, tegen 43 procent voor de wintertijd. Vrouwen hebben duidelijker een voorkeur: 55 procent kiest voor de wintertijd, 34 procent voor de zomertijd.

Pluspunten
Voorstanders van de zomertijd vinden de lange avonden, minder energieverbruik door het langere licht en het gezondheidsargument dat mensen vaker buiten zijn de belangrijkste pluspunten van de zomertijd. Voorstanders van de wintertijd noemen juist als belangrijkste voordelen van de wintertijd dat het beter is voor de biologische klok, dat het onze oorspronkelijke tijd is en dat het ‘s winters eerder licht is.

Weinig last van klok verzetten
Ondanks de voorkeur voor één vaste tijd blijkt uit het onderzoek dat slechts een minderheid last heeft van het verzetten van de klok: 16 procent zegt veel last te hebben van de overgang naar de zomertijd, 9 procent van de overgang naar de wintertijd. Als klachten noemen mensen dat hun ritme is verstoord, dat ze slecht slapen of moeite hebben om uit bed te komen. Ook kinderen die van slag zijn door het verzetten van de klok komt als antwoord geregeld terug.

Buren belangrijk
Gevraagd naar of Nederland bij de beslissing over de zomer- of de wintertijd ook rekening moet houden met andere landen, dan worden België en Luxemburg het vaakst genoemd. Een meerderheid van de Drenten en Groningers vindt bovendien dat het belangrijk is om naar buurland Duitsland te kijken. Voor Friesland weegt dat iets minder zwaar. Of er één vaste tijd komt, en welke dat wordt, daar is ook Den Haag nog niet uit. Het kabinet moet in maart aan Brussel melden wat de beste tijd voor Nederland is.

Bron: DVHN.nl
Gepubliceerd: 26-10-2018