Midden in de week en zondags ook:

verkiezingen Smallingerland vooral referendum over koopzondag.

Smallingerland spreekt zich uit: vier van de vijf inwoners willen een koopzondag. Voor tweederde van de kiezers is de koopzondag zelfs bepalend in hun stemkeuze. Voorstanders en tegenstrevers van de koopzondag in Smallingerland staan volgende week lijnrecht tegenover elkaar in het stemhokje. De zevende winkeldag is voor beide kiezersgroepen hét motief om op een bepaalde partij te stemmen. Twee derde van hen kiest de partij die zijn of haar standpunt het beste vertegenwoordigt. Je zou kunnen zeggen dat de stemgang geen verkiezing is voor een nieuwe gemeenteraad, maar bovenal een referendum over de koopzondag in Smallingerland. De conclusie zal dan zijn: ja, wij willen in de gemeente een koopzondag: 81 procent van de inwoners is voor een koopzondag, 19 procent is tegen.

De Leeuwarder Courant en marktonderzoeksbureau Enigma Research vroegen de afgelopen maand in samenwerking met de gemeente Smallingerland 5882 inwoners naar hun mening over de zondagse openstelling van winkels. Een derde van hen, 1894 inwoners, vulde een online vragenlijst volledig in. Wie tegen is, stemt op woensdag 21 maart vooral ChristenUnie, CDA of SGP. De achterbannen van ChristenUnie en SGP zijn uitgesproken. Zij winkelen nooit op zondag en willen beslist geen open winkels op de dag des Heren. 94 procent van de SGP-kiezers wil geen koopzondag, bij de ChristenUnie-achterban is dat 87 procent. Religieuze overwegingen zijn een belangrijke reden om tegen te zijn. Gevraagd naar hoe belangrijk het koopzondagstandpunt van beide partijen is voor kiezers om op ChristenUnie en SGP te stemmen, zeggen beide kiezersgroepen eensgezind: bepalend en doorslaggevend.

Ruim de helft van hen zegt ook: ik wil geen koopzondag, maar de voorstander hoeft hem voor mijn part ook niet. Ze hebben zelf geen behoefte om op zondag te winkelen en gunnen het ook de ander niet. Ze wijzen vooral op hun geloof en een gezamenlijke rustdag voor ondernemers en werknemers. Een kwart vindt het niet erg als anderen wel op zondag winkelen. Zij stellen: ‘anderen hoeven niet zo te denken als ikzelf’ of ‘ik kan anderen mijn wil niet opleggen’. Zelf maken ze in ieder geval geen gebruik van de extra koopdag. Van beide christelijke kiezersgroepen winkelt nog geen 10 procent wel eens op zondag.

CDA tot op het bot verdeeld
Wie de groep van 19 procent van de tegenstanders vertaalt naar raadszetels van Smallingerland, ziet dat de zondagsrusters ongeveer 6 van de 31 zetels vertegenwoordigen. Op dit moment heeft de ChristenUnie vijf zetels, de SGP heeft nog geen zetel, maar wil er graag minimaal één. Cruciaal is de vraag welke rol het CDA gaat spelen. Die achterban is namelijk tot op het bot verdeeld. De christendemocraten – ze hebben nu vijf zetels en willen bij de komende verkiezingen de grootste worden – zijn geswitcht van standpunt: van iedere zondag dicht naar wel open, maar niet altijd. En daar is lang niet iedere stemmer het mee eens, sterker: het CDA is gespleten. Van de potentiële CDA-stemmers is 54 procent voor een koopzondag, 46 procent is tegen. Van de groep voorstanders vindt dan weer de helft dat de winkelier iedere zondag open mag, de andere helft vindt dat de winkelier beperkt moet worden in het aantal koopzondagen per jaar.

Lijsttrekker Karin van der Velde van het CDA weet dat ze in een spagaat staat. ,,Deze uitslag verbaast mij niets. Ook onze eigen peilingen in de achterban geven dit soort uitslagen aan. Toen wij dat merkten hebben wij gezegd: niets doen is ook geen optie. Daarom zeggen we: open, maar beperkt. Dat was een moeizaam proces, maar we willen ook luisteren naar de voorstanders in onze achterban. Wij zijn bereid concessies te doen, maar dan alleen als er een goed plan ligt. Ik sta niet te springen om elke maand één zondag open te gaan en daarbovenop ook nog rondom feestdagen.’’

Of het de christendemocraten stemmen gaat kosten, is niet te zeggen. De CDA-stemmer laat zijn stem er minder van afhangen dan de achterban van de andere partijen. Hij of zij kijkt breder dan de kiezer van ChristenUnie en SGP. Dat doen de achterbannen van de lokale partijen ELP (Eerste Lokale Partij ) en SB (Smallingerlands Belang) niet. Daar geldt: ik stem ELP of SB omdat ze voor zijn. 100 procent van de kiezers van Smallingerlands Belang is voor een koopzondag. Bij de ELP is dat 97,5 procent, net als bij PvdA en VVD. Van de D66-kiezer is 98,6 procent voor. Ook de SP-kiezer is uitgesproken: 87 procent vindt dat winkeliers zeven dagen open mogen. Vier op de vijf FNP-kiezers is voor, bij GroenLinks negen op de tien.

Politieke keuze
Het koopzondagonderzoek maakt duidelijk dat de discussie een politieke kwestie blijft. De inwoners zijn voor, de bal ligt nog steeds bij de politiek. En daar ligt-ie al jaren. De discussie over een koopzondag in Smallingerland duurt namelijk al langer dan de hele kwestie rondom het uitgraven van de Drachtstervaart. Een minderheid van SP en ChristenUnie hield de koopzondag vier jaar geleden tegen, PvdA en D66 stemden daarmee in. Met z’n vieren vormden zij de afgelopen vier jaar de coalitie en moesten zij meerdere keren de rijen sluiten.

De ELP, ruim honderd winkeliers verenigd door centrummanager Trea Westra en onderneemster Ruth Hut van modewinkel La Moda (zij wilde afgelopen decembermaand open gaan op de zondagen voor kerst en oudjaarsdag) stelde de afgelopen jaren de verhoudingen in de coalitie op de proef. Maar die zwichtte niet. Wij zijn een betrouwbaar bestuur, stelden ze keer op keer. Afspraak is afspraak. Volgens het koopzondagonderzoek komt haar starre houding de coalitie op verwijten te staan. Een kiezer zegt: ‘Een minderheid mag niet zijn wil doorzetten tegen de wens van de meerderheid’ of ‘gelovigen mogen niet hun uitgangspunten aan anderen opleggen’. Anderen zeggen juist dat de gemeente er goed aan doet om ondernemers en werknemers in bescherming te nemen. ‘Eén vrije dag voor iedereen op hetzelfde moment is het mooiste dat er is. Even stilstaan en niet hollen is goed voor de mens’. Of: ‘Gewoon een goede planning maken om je aankopen te doen in zes dagen tijd. De tijd besteden aan medemensen zie ik als een grote meerwaarde in de tijd dat er veel eenzaamheid heerst’.

De kiezer zegt: de politiek moet zich helemaal niet bemoeien met de discussie. Drie kwart van alle ondervraagden vindt dat de beslissing om op zondag de deuren te openen hoort te liggen bij de winkelier en niet bij de gemeente. ‘Iedere winkelier moet zijn eigen winkel-sluitingsdag bepalen’, zegt een ondervraagde. Een ander: ‘Je bent baas in eigen winkel’ of ‘laat het aan de winkeliers en de klanten om te bepalen wat de beste openingstijden zijn. De tijd dat de gemeente daar dwingend in optreedt, is voorbij’. Als het aan de ondernemers ligt, waren ze al lang op zondag open gegaan. In het najaar van 2015 kwamen ze naar het gemeentehuis. Twee ondernemers verkleed als sinterklaas en de kerstman gaven een cadeau aan het gemeentebestuur: honderd handtekeningen van winkeliers die zondags open willen. Een handvol gevraagde ondernemers was tegen.

De standpunten zijn in Drachten en wijde omgeving bekend. Tegenstanders wijzen op de 24-uurseconomie, het gebrek aan een rustpunt in de week voor winkeliers en medewerkers. Ook stellen ze dat het open zijn op zondag meer kost dan het oplevert. De portemonnee van klanten is niet opeens dikker en de extra stookkosten, wellicht hogere huur en verzekeringskosten en personeel moeten wel worden betaald. Voorstanders zeggen juist: wij willen open wanneer we willen en dat mag niemand voor ons bepalen. Ook zien ze dat op dit moment omzet uit Drachten wegvloeit, omdat Drachtsters op zondag hun boodschappen buiten de gemeentegrenzen halen. Hun portemonnee is dan niet dikker, maar het geld dat ze hebben, besteden ze niet in hun eigen woonplaats.

Supermarkt populairst
De inwoners van Smallingerland bevestigen dat. Ze geven al jaren op zondag hun geld uit in andere plaatsen. Zeven op de tien inwoners winkelt weleens buiten de gemeente. Daarbij geldt: hoe jonger, hoe vaker de consument op zondag winkelt. De supermarkt is veruit het populairst. Bijna de helft van de zondagshoppers haalt minimaal één keer per maand de dagelijkse boodschappen bij een super in de buurt, vooral in Beetsterzwaag, Burgum, Surhuisterveen en Gorredijk. Een op de zes komt iedere week op zondag in een grootgrutter. Warenhuizen, tuincentra, bouwmarkten en elektronicazaken zijn zeker een paar keer per jaar de zondagbestemming. Dat geldt ook voor kledingwinkels. De helft winkelt minimaal zes keer per jaar hun nieuwe outfit bijeen in een winkel buiten Drachten. Vrouwen doen dit vaker dan mannen. Groningen is veruit het populairst. Drie op de vier inwoners ging vorig jaar minimaal één keer naar de Martinistad. Ook Beetsterzwaag (vooral voor de supermarkten), Leeuwarden, Gorredijk en Heerenveen zijn in trek. Daarna volgen Amsterdam, Surhuisterveen, Almere, Zwolle, Burgum en Marum.

Algemeen of beperkt
Vier op de vijf kiezers is voor een koopzondag. Die voorstanders bestaan uit twee kampen: een algemene koopzondag en een beperkte koopzondag. Het gros is voor een permanente koopzondag, oftewel: altijd open en de ondernemer bepaalt zelf wanneer. De minderheid zegt: er moet regie komen op wanneer de winkels open gaan. Die groep vraagt gemiddeld om zestien koopzondagen per jaar. Een keer per maand en extra rondom de feestdagen – zoals sinterklaas en kerst – en op culturele zondagen als Peijedei en Simmerdeis.

Er is wel een verschil tussen Drachtsters en inwoners van de dorpen als Rottevalle, Opeinde, Drachtstercompagnie en De Veenhoop. 28 procent van de dorpelingen is tegen een koopzondag, in Drachten ligt dat getal op 18 procent. Op zich niet vreemd: in de dorpen is de groep inwoners met een geloofsovertuiging groter. Onder Drachtsters zijn Groningen en Beetsterzwaag het populairste alternatief, onder dorpelingen zijn dat Groningen en Leeuwarden. Vier op de tien koopzondagvoorstanders vindt dat de winkelier zelf moet kunnen bepalen wanneer hij of zij op zondag de deuren opent. 16 procent vindt dat de winkels van 12 uur tot 17 uur ‘s middags open moeten. Van 7 procent van de kiezers mag er nog een uurtje bij.

Verantwoording
De Leeuwarder Courant en marktonderzoeksbureau Enigma Research uit Groningen hebben 5882 inwoners van Smallingerland uitgenodigd voor het onderzoek naar de koopzondagbehoefte in de gemeente. Om tot een representatieve groep te komen heeft marktonderzoeker Robert Oosterbaan van Enigma Research een steekproefverdeling gemaakt op basis van leeftijd, geslacht en postcode van de inwoners. De gemeente Smallingerland heeft daar op haar beurt namen en adressen aan gekoppeld. Alle geadresseerden kregen via een brief een uitnodiging om mee te doen. Met een unieke inlogcode konden ze de vragenlijst online invullen. In totaal werden 1894 lijsten correct ingevuld. De verdeling tussen man en vrouw was 47 procent tegen 53 procent en is nagenoeg gelijk aan de bestaande situatie in de gemeente Smallingerland (49 om 51 procent). Ook de verdeling tussen Drachten en de dorpen – in het onderzoek 82 procent tegen 18 procent – is vrijwel gelijk aan de bestaande situatie (81 tegen 19 procent).

Bron: LC.nl
Gepubliceerd: 09-03-2018